
Wet ruimtelijke ordening
Artikel 3.19
Burgemeester en wethouders kunnen een aanlegvergunning intrekken, indien:
a
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b
binnen een bij de vergunning te bepalen termijn na de dagtekening van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
c
de werkzaamheden langer dan een in de vergunning te bepalen termijn zijn gestaakt;
d
in strijd wordt gehandeld met beperkingen waaronder de vergunning is verleend of met de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.